← terug naar impressies

Lees de impressie als PDF

Werkplaats Natuur- en Omgevingsopstellingen, 6 december 2019

Zorgen over 5G-technologie

De vraagsteller heeft grote zorgen over wat de nieuwe 5G-technologie gaat doen met mensen en met de Aarde. Is de straling zo onschuldig als wordt gezegd, of moeten we luisteren naar de kritische geluiden hierover? En hoe kan zij zich er persoonlijk toe verhouden? Ze stelt representanten op voor 5G, de Aarde en drie categorieën van mensen: de onverschilligen, de enthousiasten (early adopters) en de bezorgden.

Als beginbeeld zien we dat de Aarde centraal in de ruimte staat, als een dragend centrum dat in verbinding staat met alle elementen. Ze voelt veel liefde voor iedereen. De ‘elektrische flitsen’ van 5G, die aan de rand van het veld staat, trekt haar uit balans, maar een (vuur)kracht in benen en bekken houdt haar ook stevig gegrond. De enthousiasten staan dicht bij 5G en kijken daarnaar. De onverschilligen staan met een afgewende blik in een andere hoek. De bezorgde mens staat in de buurt van de enthousiasten en 5G, maar wil naar de Aarde toe.

Wanneer ze voor de Aarde gaat staan om haar te beschermen, geeft de Aarde te kennen dat ze deze beweging niet prettig vindt. Zíj is het die de bezorgde mens ondersteunt en niet omgekeerd. Wanneer de bezorgde mens vervolgens achter de Aarde gaat staan en vraagt om een extra representant voor het leven op Aarde dat getroffen wordt door 5G, roept dat een sterkte boze reactie op van de onverschillige mens. Hij blijkt voor de dood te staan, als tegenpool van het leven op Aarde, en vraagt erkenning voor dit natuurlijke gegeven van eenheid van leven en dood. Het leven geeft aan ook niet blij te zijn met de zorgen van de bezorgde mens, ondanks haar goede bedoelingen. De bezorgde mens is pijnlijk getroffen door deze reacties van de Aarde en het leven. Ze haakt af en stapt uit het veld. Andere elementen geven haar als informatie mee dat haar bezorgdheid te zwaar drukt.

Wanneer de begeleider de bezorgde mens uitnodigt om haar zorgen even weg te leggen (via een kussen op de grond), komt ze terug en gaat nu dichtbij de enthousiaste mens en 5G staan. Nu ze van een afstandje naar haar zorgen kan kijken, wordt haar helder dat het woord ‘zorgen’, met alle zwaarte en angst daarin, afleidt van waar het haar eigenlijk om gaat. Namelijk dat er onafhankelijke informatie en onderzoek komt en zorgvuldige toetsing van 5G. Niet een grootschalige introductie en dan maar zien wat er gebeurt. Wanneer ze dat verzoek aan de 5Gadepten voorlegt, wordt dat door hen ontvangen.

Aarde, leven en dood kijken nu instemmend toe. De Aarde herinnert de bezorgde mens er aan dat ze haar kind is en niet haar ouder. ‘Maak je niet te groot’, geeft ze haar mee. De dood voegt toe dat Aarde, leven en dood immens grote krachten zijn, van een hele andere orde dan het menselijke gebeuren. Nu de bezorgde mens bij de mensen staat en daar het gesprek aangaat, staat ze op de goede plek en brengt dat rust in het systeem. De Aarde voelt aan dat mensen nog veel meer technologie ontwikkelen die het leven op Aarde aantast. De dood reageert daarop met een klievende beweging als van een zwaard. Hij laat weten resoluut te zullen inbreken, als de balans door menselijke activiteit teveel wordt verstoord. Dit geeft de Aarde rust.

De vraagsteller is door deze opstelling gaan inzien hoe belangrijk het is om te kijken welke informatie er achter zorgen en emotie zit, zoals in dit geval de vraag naar zorgvuldige toetsing en stapsgewijze introductie van 5G. Ook is ze eraan herinnerd dat Aarde, leven en dood van een heel andere orde zijn en niets hebben aan aanmatigend gedrag van mensen. De uitdaging is om zorgen te vertalen in acties waar anderen iets mee kunnen en te vertrouwen op de kracht van het hele veld.

Heling van het gewonde mannelijke en vrouwelijke

De tweede opstelling gaat over de prangende vraag van een deelnemer wat er nodig om als mensheid werkelijk een andere stap te maken, nu het zo hard achteruit gaat met biodiversiteit en klimaat. Vermoedens worden geuit over de beweging van ego- naar eco-bewustzijn, over een nieuwe balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke, en hernieuwde verbinding met ‘het wonder’ van het leven op Aarde. De vraagsteller stelt representanten op voor deze vijf elementen.

Het beginbeeld is dat ego- en eco-bewustzijn ver uiteen staan aan weerskanten van het veld. Het vrouwelijke en mannelijke staan haaks daarop als tegenpolen tegenover elkaar. Het wonder staat op zichzelf in een hoek van het veld. Het vrouwelijke voelt verbinding met het wonder en het ecobewustzijn, maar ervaart het mannelijke als te ver weg. Het mannelijke zit hoog in z’n energie en is vooral op het vrouwelijke gericht. Het eco-bewustzijn ervaart een groot hart voor alles, maar mist nog iets belangrijks (ze wijst naar een kist elders in de ruimte). Het ego-bewustzijn staat er ongelukkig bij. Ze voelt zich afgewezen door wat er gezegd werd over de beweging van ego naar eco. De vraagsteller, die nu in de opstelling komt, ziet in dat het ego niet fout is, maar bron van menselijke uniciteit en net zo nodig als al het andere. Het eco-bewustzijn bevestigt dat zij beiden elkaar nodig hebben en vervlochten zijn. ‘We moeten niet weg van iets, maar juist meer omarmen’. Het eco-bewustzijn loopt nu naar de kist en doet hem open. Wat eruit te voorschijn komt (nieuwe representant) noemt zich een hogere vorm van bewustzijn dat alles overziet en kent.

De aandacht verspringt nu naar het mannelijke, wat doodmoe en verdoofd in elkaar zakt. De vraagsteller herkent daarin de grote wond van het mannelijke dat zich lange tijd geforceerd groot heeft moeten houden. Het ego-bewustzijn gaat ondersteunend achter hem zitten. Wanneer het vrouwelijke naast hem komt zitten en zegt: ‘ik zie jou, ik zie je zoals je werkelijk bent’, opent het mannelijke de ogen en zucht diep. Hij heeft het gevoel alsof hij in een nieuwe wereld wakker wordt en wil heel voorzichtig contact maken.

Als het mannelijke en vrouwelijke elkaar de hand geven, komen ook het ego- en ecobewustzijn bij elkaar. Het mannelijke en vrouwelijke zien eruit als twee kinderen die elkaar voor het eerst, opnieuw ontdekken, in alle onschuld. Wanneer het mannelijke aarzelt om weer te gaan staan uit vrees voor de reacties om hem heen, stapt het eenheidsbewustzijn naar voren en gaat achter hem staan, samen met het ego- en ecobewustzijn. Heel langzaam gaat het mannelijke nu staan, kwetsbaar en naakt (figuurlijk). Hij buigt voor het vrouwelijke en zegt ‘jij bent ook het wonder, het wonder is ook in jou.’ Tot zijn ontroering knielt het vrouwelijke nu ook voor hem, samen met de vraagsteller die naast haar is gaan zitten. De drie bewustzijnsvormen zijn getuige en krijgen van het mannelijke en vrouwelijke bevestigd dat ze allen belangrijk zijn.

De vraagsteller geeft na afloop aan diepere antwoorden te hebben gekregen op de vraag dan ze kon vermoeden. De hele groep heeft zich deel gevoeld van een transformatie van gewonde mannelijkheid en vrouwelijkheid wat in ieder resoneert.





Lisette van der Wel Utrecht, 6 december 2019

← terug naar impressies