← terug naar impressies

Lees de impressie als PDF

De boodschap van de geboorteplek

Werkplaats Natuur- Omgevingsopstellingen 4 oktober 2019

Bij de opstellingen van deze werkplaats staat het thema ‘plek’ centraal. We staan er vaak niet bij stil, maar de plek waar je woont of geboren bent doet er toe. Ze geeft je altijd iets mee. Dat geldt in het bijzonder voor de geboorteplek waar je op Aarde gekomen bent. Veel inheemse volken hebben nog weet van de betekenis van de plek en hoe die te eren. In het Westen zijn we ons meer gaan oriënteren op tijd. We vieren onze verjaardag, maar niet onze binding met onze woon- of geboorteplek. Om goed afscheid te kunnen nemen van een plek, is het van belang om te erkennen en eren wat ze je gegeven heeft. Dat kunnen uiteenlopende gaven zijn, zoals de opstellingen van deze werkplaats laten zien.


De waarheid van de geboorteplek

De eerste vraagsteller zou graag willen dat er binnen haar werkveld meer openheid komt om te experimenteren met systeemopstellingen. Ze ziet dat als waardevolle aanvulling op de gangbare analytische manier van denken, maar haar collega’s krijgt ze vooralsnog niet mee. En er is iets wat haar nog weerhoudt om hier voor te gaan staan. Ze heeft het gevoel dat dat te maken heeft met wat ze als kind heeft meegemaakt in haar geboorteplek in het voormalige Joegoslavië.

De vraagsteller (V) stelt enkele representanten op voor Systeemopstellingen (S), haar werkveld (W) en haar geboorteplek (G). G voelt zich aanvankelijk niet goed en heeft haar ogen meest dicht. ‘Alsof ik iets niet kan of wil zien’, zegt ze. Het benauwt haar dat W erg dicht bij haar staat, alsof deze iets voor haar moet opvullen. W ervaart dat zelf ook.

Wanneer beiden meer uit elkaar bewegen, slaakt G een zucht van verlichting. Ze ervaart nog wel een beklemming in borst en keel, ze houdt haar blik gericht op iets náást V. V heeft het gevoel dat dat met de oorlog te maken heeft (het uiteenvallen van Joegoslavië). Ze heeft er veel van meegekregen, ook al was ze nog jong en woedde de oorlog niet direct in haar woonplaats.

Wanneer V wat dichter naar G toe beweegt, raakt ze geëmotioneerd. Er komen herinneringen terug van buurtkinderen, die eerst vriendjes en vriendinnetjes waren, maar met wie ze ineens niet meer mocht omgaan omdat ze uit een andere regio afkomstig waren en daarmee tot ‘de vijand’ behoorden. Intuïtief voelde ze aan dat dit niet klopte, maar ze was als kind totaal afhankelijk van de volwassenen om haar heen en moest haar waarheid inslikken. Dat was heel verwarrend en voelt ook nu nog als heel pijnlijk.

S, die nu ook dichterbij gekomen is, bevestigt dat V als jong kind machteloos was en niet anders kon. G bekrachtigt V dat het belangrijk is dat ze verbonden blijft met deze pijnlijke gevoelens. ‘Omarm ze, veroordeel ze niet. Ze zijn de bron van je zoektocht. Je weet van binnen wat waar is, ook nu aangaande de rol van S binnen je vak. Je wilt dat niet meer ontkennen.’

Er vindt nu een toenadering plaats tussen V en S, waarbij S beaamt dat ze een waardevolle hulpbron is. W, die van een afstandje toekijkt, wordt nieuwsgierig naar wat er gaande is. V voelt daarmee de ruimte groeien om zich te verbinden met haar rol als pionier van systeemopstellingen binnen haar werkveld. S bevestigt nogmaals dat ze veel aan haar kan hebben. Ook G, die toekijkt, laat V weten trots op haar te zijn. ‘Door je pijnlijke gevoelens te omarmen, zegt ze, vervul je je beroep op waarachtige wijze. Wat je als kind ervaren hebt - dat jouw waarheid werd ontkend en je moest denken zoals de volwassenen -, maak je nu weer mee in je werk door collega’s die vasthouden aan hun manier van doen. Bescherm jezelf hiervoor. Ontwikkel rustig, in stilte, op jouw manier, waar jij in gelooft en kom daarmee naar buiten als de tijd er rijp voor is en je het je toegeëigend hebt.’
De vraagsteller is blij met dit antwoord op haar vraag.


De gave van de plek aannemen

De tweede Vraagsteller (V) is onlangs naar Utrecht verhuisd, maar voelt nog veel emotie over het loslaten van haar oude woonplaats. Alsof er nog iets is waar afscheid van genomen moet worden.

Ze stelt drie representanten op voor de nieuwe woonplek in Utrecht (NW), de oude woonplaats (OW) en dat waar afscheid van genomen mag worden (Af). Af en OW staan dicht bij elkaar, met NW op enige afstand en V zelf redelijk in het midden. OW is naar binnen gekeerd, is zich weinig gewaar van de andere elementen. NW voelt zich neutraal. Af voelt zich vol mooie herinneringen en wil naar OW toe bewegen. Deze laat echter weten daar niets mee van doen te hebben. De emotionele herinneringen horen bij V en niet bij de fysieke plek.

Als Af naar V toe komt, reageert deze geëmotioneerd. Af heeft nog iets nodig van V, iets wat met haar geboorteplek van doen heeft (andere plek dan OW). Een nieuwe representant voor de geboorteplek (G) voelt dat ze niet in beeld is bij V, wat deze beaamt. Ze was blij die plek achter zich te laten toen ze op haar 18e het huis uit ging naar Amsterdam, om meer van de wereld te ontdekken.

G vraagt erkenning van V voor wat ze haar gegeven heeft: de ruimte om te spelen, warmte, onbezorgd kind kunnen zijn. V herkent dat en spreekt nu haar dank uit aan G dat ze bij haar kind mocht zijn. Waarop G haar als wens meegeeft dat ze doorgaat met spelen. “Alsof je dit stukje niet met je meegenomen hebt naar je latere woonplaatsen. Het is belangrijk dat je blijft spelen, waar je ook bent.”

Met dit geschenk gaat V terug naar OW. Beiden kunnen elkaar nu vol aankijken en afscheid nemen. V dankt OW voor alle rijke ervaringen die ze met zich meedraagt. Samen met Af, als belichaming van de geschenken van G en OW, beweegt V zich nu naar NW, die hen van harte welkom heet. ‘We zijn eigenlijk een speeltuin,’ zegt NW, ‘we kunnen nog wel wat kind-energie gebruiken… We zijn er blij mee dat je bij ons komt wonen.’ V dankt tot slot Af en zegt haar geschenken helemaal uit te zullen gaan pakken.


Opnieuw uitvliegen

De derde vraagsteller wil onderzoeken hoe ze haar verlangen om van betekenis te zijn voor de wereld een nieuwe invulling kan geven, in verbinding met het verleden van haar geboorteplek. Toen ze destijds op haar 18e het huis uit ging, was dat voor een studie milieukunde waarmee ze graag iets voor de wereld wilde betekenen. Maar feitelijk ontvluchtte ze daarmee ook een moeilijke gezinssituatie en voelde ze zich Innerlijk nog helemaal niet toegerust voor het leven. De problematiek van de wereld was haar veel te groot, ze ging andere dingen doen. De laatste tijd groeit het verlangen om zich op een nieuwe manier te verbinden met de wereld. Hoe zit dat met mij en de wereld in relatie tot mijn geboorteplek?, is haar vraag.

De representanten voor de wereld (W), haar geboorteplek (G) en haarzelf (V) staan aanvankelijk alledrie op enige afstand met de rug naar elkaar gekeerd. V heeft haar blik gefixeerd op een paar energieleidingen op de muur voor haar. Ze doen haar denken aan haar nieuwe relatie. Wanneer een extra representant voor haar relatie (R) op die plek komt staan, draaien G en W zich om. ‘Relaties doen er toe’, zegt W. V kan zich echter nog niet omdraaien. Na lange tijd alles alleen gedaan te hebben, merkt ze nu graag de toestemming van de nieuwe partner te willen hebben om zich naar de wereld te wenden. Als R haar bevestigt graag met haar mee te doen, gaat V naast R staan en kijken ze samen naar W.

Eerst echter wil V, samen met R, naar G die ze nu ook voor zich zien. V zegt tegen R dat ze haar niet meer aan haar overleden ouders kan voorstellen, maar wel aan haar geboortehuis. Voor G voelt het goed om gezien te worden. V stelt R aan G voor en zegt haar dat ze samen met deze vrouw oud wil worden. Als G hen de zegen geeft, voelt het voor V alsof ze nu op een goede manier het ouderlijk huis uitgaat. Ze kan nu voluit naar W kijken.

W beaamt hoe belangrijk het is dat dingen in de juiste volgorde gaan en spreekt een groot welkom uit naar V. ‘Ik heb je nodig’, zegt W. ‘Nu klopt het, nu ben je er klaar voor. Nu ben je niet meer alleen en hoeft er niets meer afgereageerd te worden.’ Als W aan V en R vraagt om nog wat dichterbij te komen, zet V er eerst ook nog haar kind, kleinkind en ex-partner met haar kind bij. ‘We vormen een ongebruikelijk gezin, maar dit maakt me sterk’, zegt ze. Ze laat W weten nog wat tijd nodig te hebben om W te ontdekken. Alsof ze nu pas echt op Aarde komt en niet meer alleen problemen ziet maar de totaliteit, inclusief haar eigen grootheid. ‘Mijn schoonheid is jouw kracht’, geeft W haar mee. V maakt er een diepe buiging voor en voelt hoe dit haar steunt.

← terug naar impressies